Aangepast zoeken

dinsdag 17 maart 2026

Zoetermeer 30ste op landelijke lijst onderwereldkaart









 

Winkelaanbod in Randstad krimpt

Het aantal winkels in de Randstad neemt af, terwijl het aantal inwoners juist sterk groeit. Dat blijkt uit het Koopstromenonderzoek Randstad 2025, dat is uitgevoerd in alle gemeenten van Noord-Holland, Zuid-Holland en Utrecht in opdracht van de drie provincies. Het onderzoek, uitgevoerd door Ipsos I&O, Movares en Sweco, laat zien dat detailhandel al jaren een krimpsector is en dat centrumgebieden steeds meer veranderen van winkelgebied naar brede ontmoetingsplek met horeca, cultuur en andere voorzieningen.

Winkelaanbod in Randstad krimpt, centra staan voor transitie

Koopstromenonderzoek 2025 laat veranderend koopgedrag en nieuwe rol voor centrumgebieden zien

Den Haag, 13 maart 2026 - Het aantal winkels in de Randstad neemt af, terwijl het aantal inwoners juist sterk groeit. Dat blijkt uit het Koopstromenonderzoek Randstad 2025, dat is uitgevoerd in alle gemeenten van Noord-Holland, Zuid-Holland en Utrecht in opdracht van de drie provincies. Het onderzoek, uitgevoerd door Ipsos I&O, Movares en Sweco, laat zien dat detailhandel al jaren een krimpsector is en dat centrumgebieden steeds meer veranderen van winkelgebied naar brede ontmoetingsplek met horeca, cultuur en andere voorzieningen.

De afgelopen jaren stonden ondernemers en consumenten voor grote uitdagingen. Na de coronapandemie kreeg Nederland te maken met hoge inflatie en dalend consumentenvertrouwen. Tegelijkertijd veranderde het koopgedrag verder door de groei van online winkelen en door veranderende wensen van consumenten.

Minder winkels, andere functies

Het aantal winkels en het totale winkelvloeroppervlak in de Randstad is verder afgenomen, vooral in de niet dagelijkse detailhandel zoals mode en elektronica. De dagelijkse sector, zoals supermarkten, groeit juist in veel gemeenten. Tegelijkertijd staan kleine supermarkten in kleine kernen onder druk door schaalvergroting en smallere marges.

Grote en onderscheidende binnensteden blijken steeds aantrekkelijker voor bezoekers. Zij weten hun marktaandeel te vergroten, ondanks de afname van het aantal winkels. Middelgrote centra laten een wisselend beeld zien. Hier wordt het onderscheidend vermogen steeds belangrijker.

Centrumgebieden veranderen

Volgens het onderzoek verandert de rol van centrumgebieden. Waar winkels vroeger de belangrijkste trekker waren, draait het nu steeds meer om een mix van functies zoals horeca, cultuur, dienstverlening en wonen. Ook toerisme speelt hierbij een belangrijke rol: ruim 40 procent van de horecabestedingen in de Randstad hangt samen met toeristische bezoekers.

Buurt- en wijkcentra blijven belangrijk voor dagelijkse voorzieningen. Hier zorgen supermarkten en andere basisvoorzieningen voor een stabiele positie en relatief lage leegstand.

Online winkelen groeit minder snel

De groei van online winkelen zet door, maar minder snel dan in eerdere jaren. In sectoren zoals mode, sport en elektronica blijft het aandeel online bestedingen stijgen. In sectoren zoals woninginrichting, doe-het-zelf en dagelijkse detailhandel stabiliseert dit aandeel juist.

Samen werken aan sterke centra

Het onderzoek laat zien dat de voorzieningenstructuur in de Randstad nog steeds stevig is, maar op sommige plekken onder druk staat. Vooral de centrale winkelgebieden dicht bij grotere steden hebben moeite om hun positie te behouden. Investeren in kwaliteit, samenwerking tussen gemeenten, ondernemers en vastgoedeigenaren en duidelijke ruimtelijke keuzes blijven daarom belangrijk. Het Koopstromenonderzoek 2025 biedt de provincies nieuwe inzichten om de inzet voor vitale centra en de samenwerking met alle betrokken partijen verder te optimaliseren.

(Anp)

VvE's onder druk door Gasketelwet: kosten rookgasafvoervervanging lopen op tot €200.000

 


Uit het jaarlijkse rapport van Kiwa Technology over huishoudelijke gasinstallatieongevallen, gepubliceerd in oktober 2025 in opdracht van Netbeheer Nederland, blijkt dat de Gasketelwet van april 2023 in 2024 nog geen meetbaar positief effect heeft gehad op het aantal incidenten. Dat is op zichzelf geen verrassing: historische data laten zien dat het minimaal vijf jaar duurt voordat wetgeving doorwerkt in de incidentencijfers. Maar terwijl dat effect op zich laat wachten, hebben duizenden Verenigingen van Eigenaren nu al te maken met de financiรซle gevolgen van de wet: verplichte vervanging van rookgasafvoersystemen, met kosten die voor grotere complexen oplopen tot meer dan €200.000.

Strengere handhaving raakt VvE's in de portemonnee

De Gasketelwet verplicht VvE's met collectieve rookgasafvoersystemen (CLV-systemen) om afvoerkanalen ouder dan vijftien jaar volledig te vervangen. Voor appartementencomplexen waar meerdere cv-ketels zijn aangesloten op รฉรฉn gezamenlijk kanaal, is dit een ingrijpende opgave. Kleinere complexen betalen al snel tussen de €10.000 en €50.000; voor grotere gebouwen zijn bedragen van €60.000 tot €250.000 geen uitzondering. Investeringen die bovendien vaak niet waren opgenomen in de meerjarenonderhoudsplannen van de betreffende verenigingen.

Het Tweede Kamerlid Pieter Grinwis (ChristenUnie) stelde in oktober 2024 vragen aan minister Mona Keijzer over de gevolgen van de wet voor VvE's. De minister erkende daarin dat geschiktheidsverklaringen, waarmee verenigingen in theorie kunnen aantonen dat hun systeem langer mee kan, in de praktijk nauwelijks toepasbaar zijn: deskundigen zijn moeilijk te vinden, de kosten lopen in de duizenden euro's en de verklaringen hebben een beperkte geldigheid. Toch hield zij vast aan de noodzaak ervan, gegeven de veiligheidsrisico's van verouderde systemen.

Twee situaties, twee kostenplaatjes

Bij individuele rookgasafvoeren liggen de kosten per woning doorgaans lager, namelijk tussen de €1.500 en €3.500, inclusief montage. De juridische verantwoordelijkheid hangt hier af van de splitsingsakte en het modelreglement. In sommige situaties lopen individuele kanalen door gemeenschappelijke bouwkundige schachten, wat discussie oplevert over wie opdraait voor de kosten: de individuele eigenaar of de VvE.

Bij collectieve systemen is de verantwoordelijkheid duidelijker belegd bij de VvE, maar is de financiรซle impact navenant groter. Een complicerende factor is het tekort aan CO-gecertificeerde installateurs. Hoewel inmiddels 178 bedrijven beschikken over een BRL-certificaat voor werkzaamheden aan collectieve rookgasafvoeren, lopen de wachttijden voor vervanging in de praktijk op tot zes maanden of meer. In een enkel geval betekent dat: bewoners die tijdelijk zonder verwarming zitten terwijl procedures worden doorlopen.

Onvoldoende reserves als structureel probleem

De rookgasafvoerproblematiek raakt een gevoelig punt. Uit recent onderzoek van Vereniging Eigen Huis blijkt dat bijna een op de vijf VvE's onvoldoende reserves heeft om noodzakelijk onderhoud in de komende jaren te bekostigen. De gemiddelde maandelijkse VvE-bijdrage steeg de afgelopen vijf jaar weliswaar met €65 tot €270 per maand, maar dat is voor veel verenigingen niet genoeg om grote onvoorziene vervangingen op te vangen. De rookgasafvoer was voor de meeste VvE's zo'n onvoorziene post.

Minister Keijzer verwees in haar antwoord op de Kamervragen naar een nieuw handelingskader voor installateurs en een praktijkrichtlijn (NPR) die VvE's meer ruimte biedt bij renovatie. Ook kunnen verenigingen financiรซle steun aanvragen via het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting Nederlandse gemeenten (SVn) of het Nationaal Warmtefonds. De effectiviteit van deze regelingen blijft vooralsnog beperkt voor verenigingen die onvoldoende reserves hebben opgebouwd.

Vroegtijdige voorbereiding als uitweg

Het Kenniscentrum voor Innovatie Nederland benadrukt dat vroeg handelen voor VvE's steeds meer het onderscheid maakt. Overleg met gecertificeerde installateurs en energieadviseurs in een vroeg stadium levert meer inzicht op in de mogelijke scenario's en de bijbehorende kosten. Door vervangingsinvesteringen op te nemen in het meerjarenonderhoudsplan kunnen VvE-besturen financiรซle schokken beperken en reserveringen beter spreiden over de jaren.

De Gasketelwet heeft als primair doel het terugdringen van koolmonoxidevergiftigingen door lekkende of slecht onderhouden rookgasafvoeren. Dat doel staat niet ter discussie. Maar de weg daartoe legt een zware rekening neer bij eigenaren van oudere appartementencomplexen, op een moment dat de financiรซle buffercapaciteit van veel VvE's al onder druk staat.

(Anp)

vrijdag 13 februari 2026

Meer ondersteuning vanuit de Wmo, vooral meer hulp bij huishouden

 


In 2024 maakten bijna 1,3 miljoen mensen gebruik van maatwerkvoorzieningen vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), 23 procent meer dan in 2017. Hiermee helpen gemeenten inwoners om zo lang mogelijk zelfstandig thuis te kunnen blijven wonen. Er is vooral meer gebruik van hulp bij het huishouden. Ook de totale gemeentelijke uitgaven aan deze voorzieningen bereikten met 6 miljard euro een nieuwe piek. Dit blijkt uit de Landelijke Monitor Wmo van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), op basis van cijfers uit de Gemeentelijke Monitor Sociaal Domein.


Hulpmiddelen en diensten meest gebruikt

De meeste mensen in de Wmo maken gebruik van maatwerkvoorzieningen uit de categorie hulpmiddelen en diensten. Hieronder vallen onder andere woonvoorzieningen, vervoervoorzieningen, rolstoelen en andere hulpmiddelen. In 2024 gebruikten 795 duizend mensen deze voorziening, in 2017 waren dit er nog 690 duizend. Dit is 15 procent meer.

Hulp bij het huishouden groeit het hardst

Het aantal mensen dat gebruikmaakt van hulp bij het huishouden, neemt het sterkst toe: van 394 duizend in 2017 naar 556 duizend in 2024. Dit is 41 procent meer. Vooral in 2019 en 2020 liep de vraag naar hulp bij het huishouden snel op. Die groei hangt samen met het Wmo-abonnementstarief dat in 2019 werd ingevoerd. De ontwikkeling van het aantal Wmo-cliรซnten kan daarnaast beรฏnvloed worden door de vergrijzing van de bevolking en ouderen die langer thuis wonen, maar ook door beleidskeuzes van gemeenten over toegang tot de Wmo en indicatiestelling.

Vooral 75-plussers hebben vaker hulp bij huishouden

In 2024 maakten 212 duizend mensen van 75 tot 85 jaar gebruik van hulp bij het huishouden. Dat is 60 procent meer dan in 2017. Dit komt deels door vergrijzing: in 2024 waren er meer ouderen dan in 2017. Maar ook als hier rekening mee wordt gehouden, krijgen meer ouderen hulp bij het huishouden. In 2017 had 14 procent van alle 75- tot 85-jarigen hulp bij het huishouden, in 2024 was dat 16 procent.

Ook onder 85-plussers neemt het toe. In 2024 maakten 125 duizend 85-plussers gebruik van hulp bij het huishouden. Dat is 24 procent meer dan in 2017. In 2017 maakte 28 procent van alle 85-plussers gebruik van hulp bij het huishouden, in 2024 was dat 30 procent.

Uitgaven aan Wmo stijgen naar 6 miljard euro

Gemeenten geven steeds meer uit aan Wmo-maatwerkvoorzieningen. In 2024 bereikten de uitgaven een nieuwe piek van 6 miljard euro, 32 procent meer dan in 2017. Vooral de uitgaven aan hulp bij het huishouden zijn in de afgelopen jaren toegenomen. De uitgaven stijgen niet alleen omdat er meer cliรซnten zijn; ook de gemiddelde kosten per cliรซnt stijgen. Dit kan onder andere komen door zwaardere zorgvraag van cliรซnten en hogere tarieven.

(Cbs)

Zoetermeer heeft hoogste percentage winkelleegstand in de regio

 In Zoetermeer is de leegstand momenteel een groot punt van zorg, met name in het Stadshart.

Hoogste leegstand in de regio: Recente cijfers van onderzoeksbureau Locatus tonen aan dat 18% van de winkelpanden in Zoetermeer leegstaat. Dit is het hoogste percentage in de regio Haaglanden.

D66 luidt de noodklok: De politieke partij heeft schriftelijke vragen gesteld aan het college. Zij pleiten voor een rigoureuze aanpak, waarbij leegstaande winkels worden getransformeerd naar woningen om verloedering te stoppen.

​Nieuwe eigenaar: Een deel van het vastgoed in het Stadshart is onlangs overgenomen door een nieuwe eigenaar die actief bezig is met verbeterplannen om de loop in het centrum te herstellen.















Lichtpuntje: Ondanks de leegstand opent streetwear-keten Snipes in het eerste kwartaal van 2026 een nieuwe vestiging in het Stadshart.

dinsdag 10 februari 2026

1 miljoen mensen voelen zich ernstig beperkt

Als de kabinetsplannen van kabinet Jetten doorgaan krijgt straks mogelijk 39,7 procent van de mensen met een ernstige beperking geen huishoudelijke hulp meer die wordt vergoed.


Bijna 1 op de 3 personen van 4 jaar of ouder gaf in 2023 aan langdurig beperkt te zijn in activiteiten die mensen gewoonlijk doen: 25 procent was niet ernstig beperkt, 6 procent gaf aan ernstig beperkt te zijn. Dat betekent dat ongeveer 1 miljoen mensen aangeven ernstig beperkt te zijn. Dit blijkt uit de Gezondheidsenquรชte, een jaarlijks onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

De Gezondheidsenquรชte is een onderzoek naar de gezondheid van personen in particuliere huishoudens. In 2023 zei 30 procent van de deelnemers beperkt te zijn in activiteiten die volwassen mensen en kinderen gewoonlijk doen, door problemen met hun gezondheid sinds zes maanden of langer. Dit zijn 5,1 miljoen mensen. Van deze groep zegt 1 miljoen mensen ernstig beperkt te zijn. De andere mensen zijn wel beperkt, maar niet ernstig. Ouderen zeggen naar verhouding vaker langdurig beperkt te zijn. Van de 65-plussers is 52 procent beperkt, tegen 24 procent van de 4 tot 65-jarigen. Het aandeel mensen met een beperking is de afgelopen 9 jaar toegenomen, maar het aandeel dat aangeeft ernstig beperkt te zijn is stabiel gebleven.


1 op de 6 mensen met beperking krijgt Wmo-ondersteuning


Mensen met een langdurige beperking gebruiken vaker hulp en ondersteuning door gemeenten. Zo kreeg in 2023 16,5 procent van de mensen met een beperking ondersteuning vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Van de mensen met een ernstige beperking krijgt 39,7 procent Wmo-ondersteuning. Dit is vaak hulp in het huishouden en vervoersdiensten en -voorzieningen.


Van de jongeren (4 tot 18 jaar) met een beperking kreeg in 2023 33,2 procent Jeugdhulp vanuit de Jeugdwet. Dit is ondersteuning terwijl de jongere (formeel) thuis woont. Van de volwassenen met een beperking maakte in 2023 ruim 5 procent gebruik van re-integratie- of participatievoorzieningen vanuit de Participatiewet.


1 op de 3 mensen met beperking krijgt hulpmiddelen of wijkverpleging


Mensen met een beperking kunnen hulpmiddelen of wijkverpleging krijgen die betaald worden vanuit de Zorgverzekeringswet. Van de mensen die zeggen langdurig beperkt te zijn, kreeg in 2023 32,4 procent hulpmiddelen en/of wijkverpleging vanuit de Zorgverzekeringswet. Van de mensen met een ernstige beperking maakte 51,7 procent gebruik van deze hulpmiddelen en/of wijkverpleging.


Mensen met een beperking kunnen ook zorg ontvangen die betaald wordt vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz). De Wlz regelt zware, intensieve zorg voor kwetsbare ouderen, mensen met een beperking en mensen met een psychische aandoening. Voor deze zorg is een indicatie nodig. Vooral ouderen ontvangen zorg vanuit de Wlz. Van de ouderen die aangeven langdurig beperkt te zijn, maakt 3,5 procent gebruik van de Wlz. Van de ouderen met een ernstige beperking maakt 10,8 procent gebruik van de Wlz.

1 op de 5 mensen met beperking ontvangt AO-uitkering

Mensen die door ziekte of handicap niet (volledig) kunnen werken, kunnen een arbeidsongeschiktheidsuitkering (AO-uitkering) krijgen. Van de mensen van 30 tot 65 jaar krijgt 20,1 procent van de mensen met een beperking een arbeidsongeschiktheidsuitkering in 2023. Bij mensen met een ernstige beperking is dit 48,6 procent.

(Cbs)

Veiligheidswaarschuwing speenkoorden van Chewies&more

 Chewies&more waarschuwt voor alle modellen speenkoorden. Onderdelen van de houten clip kunnen loskomen en verstikkingsgevaar veroorzaken. Gebruik de speenkoorden niet.

Om welk product gaat het?

  • Product: Alle modellen speenkoorden van Chewies&more
  • Verkocht: Vanaf 1 april 2025 tot 1 januari 2026
  • Verkooppunten: Diverse babywinkels in Nederland, waaronder Prรฉnatal, Babypark en Babydump


Pensioenen Bouwsector structureel 20,8% omhoog

 De bijna 250.000 pensioengerechtigden van bpfBOUW ontvangen eind februari voor het eerst een nieuwe, hogere uitkering in het vernieuwde pensioenstelsel. De pensioenuitkering gaat structureel met 20,8% omhoog. BpfBOUW roept haar deelnemers op om, indien van toepassing, bij de belastingdienst te checken wat de gevolgen van deze pensioenverhoging zijn voor eventuele toeslagen die deelnemers ontvangen.

De stijging van de pensioenuitkering is gebaseerd op de dekkingsgraad van bpfBOUW die per 31 december 2025 uitkwam op 141% (eind 2024: 126,3%). Omdat het vaststellen van de dekkingsgraad enige tijd vergt, was de pensioenuitkering over januari nog gelijk aan die van december 2025. Daarnaast kregen gepensioneerden in januari al wel voor de eerste keer het maandelijkse deel van het vakantiegeld uitgekeerd. In de maand februari krijgen pensioengerechtigden zowel de structurele verhoging, als een eenmalige nabetaling over de maand januari.

Leon Ceelen, voorzitter van bpfBOUW is tevreden met de overstap naar de Wet toekomst pensioenen: “We kunnen gepensioneerden een mooie stijging van hun pensioen bieden. De pensioenpotten van deelnemers hebben we gevuld en voor tegenvallers op de beurs is een reserve ingebouwd. Al met een goed resultaat van een intensief proces dat we met veel partijen hebben doorlopen”.

De verhoging van pensioenen is mogelijk, omdat pensioenfondsen in de solidaire premieregeling minder buffers nodig zijn dan in het oude stelsel. In het nieuwe stelsel kunnen beleggingsrisico’s beter worden afgestemd op de levensfase van deelnemers. Voor ouderen wordt voorzichtiger belegd om het opgebouwde vermogen te beschermen. Voor jongeren, die pas over tientallen jaren pensioen ontvangen, kan met meer risico worden belegd, wat naar verwachting leidt tot een hoger rendement. Door deze fijnmaziger manier van beleggen kan een pensioenfonds volstaan met een lagere buffer. Een deel van de buffers kan dus worden verdeeld over deelnemers.

De 500.000 actieve en gewezen deelnemers van bpfBOUW die nog niet met pensioen zijn, krijgen in het vernieuwde pensioenstelsel online inzicht in hun persoonlijke pensioenvermogen. Zij zien over het algemeen een stijging van hun pensioenvermogen, dat naar verwachting leidt tot een hogere uitkering op het moment dat zij met pensioen gaan.

Gemeente Zoetermeer: Waarschuwing: nepmails over wonen en energie

De gemeente Zoetermeer krijgt meldingen van nepmails die lijken te komen van een gemeentelijk informatiepunt over wonen en energie. Deze mails zijn niet van de gemeente. De nepmail heeft het onderwerp: 'In uw regio is nog een beperkt aantal plaatsen beschikbaar voor deelname.' In de mail wordt gesproken over een 'Gemeentelijke kennisgeving' en 'Informatie over wonen en energie'. Ook wordt afgesloten met de naam 'Gemeentelijk Informatiepunt' en een knop zoals 'Informatie openen'.

Wat kunt u doen?

  • Klik niet op links of knoppen in deze mail
  • Geef geen persoonlijke gegevens door
  • Verwijder de mail of markeer deze als spam

Twijfelt u?

Controleer altijd of een bericht echt van de gemeente komt:

  • De gemeente gebruikt herkenbare e-mailadressen (eindigend op @zoetermeer.nl)
  • Officiรซle informatie staat altijd ook op onze website

Heeft u vragen of heeft u zo'n mail ontvangen? Neem dan contact met ons op: www.zoetermeer.nl/contactformulier of bel ons via 14 079.

Op naar een suikertaks die echt werkt

De aanstaande coalitie wil een suikertaks instellen voor voorverpakte producten die meer dan 6 procent suiker bevatten. Er werd al jaren gesproken over een suikertaks, maar concrete stappen bleven steeds uit. De laatste RIVM‑evaluatie van het Nationaal Preventie Akkoord liet zien dat vrijwillige afspraken hier onvoldoende werken. Ondanks bestaande maatregelen blijft het aandeel mensen met overgewicht stijgen. In 2040 zal naar verwachting 55 tot 56 procent van de volwassenen overgewicht hebben, tegenover een ambitie van maximaal 38 procent. Bij kinderen gaat het om ongeveer 14 procent, terwijl het doel 9,1 procent is. De huidige afspraken remmen de groei slechts beperkt. Het rapport maakt duidelijk dat vrijblijvend beleid zijn houdbaarheidsdatum heeft bereikt en huidige afspraken om overgewicht terug te dringen niet worden gehaald.

De conclusie is helder: er is behoefte aan een andere, doelgerichtere aanpak. Een slimme suikertaks die producenten daadwerkelijk stimuleert tot suikerreductie en daarmee gezondheidswinst oplevert.

Een suikertaks moet niet bedoeld zijn om extra belastinginkomsten te genereren of voedsel onnodig duurder te maken. Het doel is simpel: minder suiker in producten. Dat vraagt om slimme keuzes in de vormgeving van de belasting met een duidelijke differentiatie: hoe minder suiker wordt toegevoegd, hoe lager de belasting. Dat kan door te werken met realistische, taakstellende reductiepercentages per productcategorie, opgesteld in samenwerking met de voedingssector. Een suikertaks met slechts รฉรฉn grens van 6 procent schiet zijn doel voorbij. Dat is alleen effectief voor een beperkte categorie producten die nu net boven de 6 procent suiker zit, zoals een yoghurtdrink die op 7 procent zit. Producenten van koekjes en chocolade waar suikergehaltes van 30 tot wel 58 procent in zitten kunnen met een suikertaks van 6 procent niks. Maar die zullen wel aan de slag gaan wanneer je bijvoorbeeld een reductie van 10 procent afspreekt, omdat het dan haalbaar wordt.

Betrek en motiveer producenten en brancheorganisaties bij de uitwerking van de suikertaks

Mijn oproep is daarom: geef producenten en brancheorganisaties een duidelijke rol bij de verdere uitwerking van de suikertaks richting 2030. Door samen te werken aan aanpassing van recepturen ontstaat een betere balans tussen smaak en gezondheid. Dat kan door met elkaar taakstellende maatwerkafspraken te maken over suikerreductie. Dat zal producenten beslist motiveren om meer in beweging te komen omdat er zo een geloofwaardig perspectief ontstaat op een gezondere samenleving zonder nutteloze prijsverhogingen.

NOS NIEUWS

OMROEP WEST

RTL Nieuws